Sinds de introductie van het 70:20:10 principe is de discussie over de toegevoegde waarde van dit principe nog steeds volop in gang. In zijn column* uit Ger Driesen, medeoprichter van Challenge Leadership Development Academy, kritiek op de ‘one size fits all’ benadering. Driesen illustreert zijn kritiek aan de hand van onderzoek dat laat zien dat de verhouding 70:20:10 niet opgaat voor leiders. Zij hebben andere leervoorkeuren dan ‘alleen maar’ te leren van het werk dat zij doen. 

HRD-professional = Master Blender

Aan het einde van zijn column geeft Driesen aan dat hij het 70:20:10 principe niet alleen te kort door de bocht vindt, maar dat het ook het vak van de HRD-professional te kort zou doen. Hij gaat mee in het idee van onderzoeker Wellins om de HRD-professional te zien als ‘Master Blender’.

Ik kan me vinden in deze stelling, maar gooi het 70:20:10 principe niet zomaar overboord. Ik ben het eens met Driesen dat de exacte cijfers niet altijd overeenkomen met de praktijk, echter het principe is een goede kapstok om de verschuiving naar praktijkgericht leren te illustreren. Het 70:20:10 principe geeft een andere kijk op leren en ontwikkelen, die aansluit bij mijn visie op leren, dat altijd gericht moet zijn op de praktijk en een combinatie is van verschillende leervormen en leermomenten. Volgens Driesen mag ik mezelf dus ook een Master Blender noemen.

De Master Blend

Master-Blends-AtrivisionIn de praktijk is de samenstelling van de optimale blend echter ingewikkelder  dan het lijkt. Bij Atrivision gaan wij altijd op zoek naar de optimale mix van leeractiviteiten: zowel formeel als informeel, zowel op als buiten de werkplek, en zowel online als offline. Vaak wordt dit weergegeven als een eenvoudige mix van wat face-to-face bijeenkomsten en een aantal online leeractiviteiten.

Het ontwerp van een Master Blend

Net als bij het ontwikkelen van traditionele (klassikale) trainingen, is het uitgangspunt voor het ontwerp van een master blend drieledig:

1.       Doelgroep
Wij zetten altijd de lerende centraal. Om de doelgroep goed in kaart te brengen, betrekken we de doelgroep vanaf de start van het ontwerpproces. We vragen ons af welke kennis en vaardigheden de doelgroep kenmerken en wat de leeftijd en het opleidingsniveau van de doelgroep is. Wat weten ze al wel en wat nog niet? Waar lopen ze tegenaan in hun dagelijkse werkpraktijk? Waar ligt hun leerbehoefte? Dit zorgt uiteindelijk voor een inhoudelijk sterk traject en vereenvoudigt de implementatie, omdat je al tijdens het ontwerp- en ontwikkelproces draagvlak hebt gecreëerd.

2.       De ‘taak’ die geleerd moet worden
Klanten benaderen ons vaak met een concrete opleidingsvraag. De praktijk leert echter dat het verstandig is dat wij ook een taakanalyse uitvoeren om te achterhalen wat de vraag achter de vraag is. En om te kijken of het ‘probleem’ wel op te lossen is met een leerinterventie. Op basis van al deze informatie stellen we samen met de klant, leidinggevenden en inhoudsdeskundigen de leerdoelen op, waarin beschreven wordt wat de lerende na afloop van het blended leertraject moeten weten en kunnen.

3.       Context van het leren
Om een blended leertraject tot een succes te maken is het uitvoeren van een contextanalyse van belang. In deze analyse worden de kansen en beperkingen in kaart gebracht ten opzichte van de ICT-infrastructuur, de  timing en planning van het leertraject, de locatie mogelijkheden waar eventuele fysieke bijeenkomsten kunnen plaatsvinden, zodat alle randvoorwaarden van het leertraject staan als een huis.

En blenden maar!
Op basis van de grondige analyses van doelgroep, leerdoelen en context ga ik als Master Blender aan het werk om te komen tot een optimale blend van leerelementen. De keuze voor elk leerelement weeg ik zorgvuldig af. Welk leerdoel vraagt om welke leerelementen? Welke leerelementen passen bij de doelgroep? Welke middelen heb ik tot mijn beschikking? Welke vorm van begeleiding is hiervoor nodig?

In onze leervisie staat het leren in de praktijk centraal, dus dat betekent dat ik zoveel mogelijk leerelementen op de werkplek laten plaatsvinden. Waar dat niet kan, maak ik de transfer naar de praktijk zo makkelijk mogelijk. Dat doe ik door o.a. gebruik te maken van simulaties en casuïstiek waarin de doelgroep zich herkent. Tenslotte voeg ik , voor mijn Master Blend, de fun-factor toe om te zorgen we dat leren leuk is en blijft.

Meer weten over blended leertrajecten bij Atrivision? Neem gerust contact met me op via nicole@atrivision.com

 

* Leiders willen geen 70:20:10 – Tijdschrift Opleiding & Ontwikkeling (O&O) – november/december 2014

Bewaren

Meer weten over 70:20:10? Bekijk ons e-book

Print Friendly, PDF & Email