IMG_2380ICELW Congres was wat mij betreft de Panel Discussie. Door een mooie balans in het panel en de vorm met getimede antwoorden op stellingen zat er dynamiek en humor in. De panelleden waren Jane Hart, Will Thalheimer en Hal Christensen. Daarmee waren de perspectieven informeel leren, instructieontwerp en performance support vertegenwoordigd. In de paneldiscussie stond daarbij in principe informeel leren centraal.

De eerste stelling was vrij confronterend voor de aanwezige learning & development professionals: ‘Corporate training will be obsolete in 2020‘. Vrij vertaald: bedrijfsopleidingen zijn niet meer nodig in 2020. Het leidde tot een mooie discussie. Als eerste wist Jane een maximaal aantal woorden te  produceren in 2 minuten in haar betoog voor de 90% waarheid van deze stelling. Jane geeft aan dat de continue verandering in het werk het niet meer mogelijk maakt om mensen met relatief statische bedrijfsopleidingen klaar te stomen voor hun werk. Ze gaf aan de alleen voor compliance gerelateerde training de opleidingsafdeling nog haar traditionele rol kan hebben. Voor de rest zal ze meer als facilitator voor leren in de organisatie moeten optreden. De rol van opleiders in organisaties verandert dus sterk.

Will Thalheimer bracht een nuancering aan. Hij gaf aan moeite te hebben met de term informeel leren en eigenlijk liever werkplekleren gebruikt. Daarbij kan het dan gaan om incidenteel of gepland leren. Over de rol van bedrijfsopleidingen was hij minder sceptisch. “Medewerkers weten niet altijd wat ze niet weten en hoe ze zich nieuwe kennis en vaardigheden het best eigen kunnen maken“, en daarin ligt het bestaansrecht voor leerprofessionals. Bovendien is het inderdaad zo dat er compliance gerelateerde zaken zijn waarvoor de organisatie de verantwoordelijkheid neemt qua training van haar professionals en toetsing van kennis. Will geeft aan dat opleidingsafdelingen wel meer moeten bewegen in de richting van werkplekleren. Bovendien zouden de formele leertrajecten die men aanbiedt, beter instructieontwerp verdienen (zie zijn pleidooi voor subscription learning).

Het zal er meer naartoe gaan dat de ‘afdeling werkplekleren’ verschillende resources beschikbaar stelt. Deze kunnen medewerkers gebruiken om zicht te blijven ontwikkelen, zowel persoonlijk als professioneel. ‘Self directed’ learning is hierbij het credo. Daarbij gaat het niet om technologie, zoals social media. Dit is volgens Will alleen maar hype. Je moet daar doorheen kijken om te zien wat er nodig is. Voor een deel is dat training en opleiding ter voorbereiding op het werk en voor een deel is er kennis die je niet kunt en wilt trainen.

Wat mij betreft moet je een scheiding maken tussen basiskennis en -vaardigheid, tussen beginners en experts. Kenniswerkers die expert zijn in hun vakgebied zullen ‘het’ niet vinden in opleidingen. Nieuwe medewerkers zullen onvoldoende hebben aan informeel leren op de werkplek. Zeker omdat ze hun leervragen nog niet altijd zullen kunnen formuleren. Hoewel ik zelf niet nieuw ben in mijn vakgebied vind ik de ‘formele vorm’ ook nog altijd prettig. Simpelweg omdat een congres als het ICELW of een opleiding mij een moment van reflectie en diepgang biedt. In veel andere gevallen voldoet echter werkplekleren en het volgen van de social media.

In het tweede gedeelte van de paneldiscussie ging de discussie meer richting rol van informeel leren. Daarbij viel mij op dat informeel leren en performance support veel op een hoop gegooid werden. Men benadrukte het belang van kwalitatief goede content en zelfsturing door de lerende. Deze moeten geholpen worden om vaardigheden voor informeel leren te ontwikkelen. Het belang van goede content werd benadrukt met een voorbeeld van een Amerikaanse zorgorganisatie. Die hadden een Wiki voor informeel leren opgezet. Daarop was een verkeerde instructie voor AED gebruik geplaatst, waardoor uiteindelijk patienten zijn overleden. Voor dit soort kritische vaardigheden, lijkt een onbeheerde wiki dus iets minder gelukkig. Will gaf aan dat hij voor complexe en risicovolle zaken goede training nog steeds erg belangrijk vindt. “Some things you have to remember”, benadrukt hij. Jane daarentegen gaf aan dat informeel leren geen halfslachtig leren is. Het is van alle tijden en zal steeds belangrijker worden. Je kunt namelijk niet meer alles weten, maar je moet wel weten waar je informatie kunt vinden. Als persoonlijke noot geeft ze aan zelf de laatste jaren niet meer naar een opleiding te zijn geweest. Voor een voor haar nieuw vakgebied als Astronomie zou ze het echter wel overwegen.

Al met al ligt de waarheid hier weer in het midden. Dat is op zich niet vreemd, omdat verschillende gezichtspunten in het panel vertegenwoordig waren. Ik geloof inderdaad niet in traditionele bedrijfsopleidingen die als eenmalig event opgezet zijn. Goed vormgegeven leertrajecten zijn wat mij betreft nog steeds effectief en leiden tot een goed leerklimaat in organisaties. Zeker als ze verbonden zijn met aandacht voor informeel of werkplekleren. Daar hebben leerprofessionals een belangrijke rol in wat mij betreft!

Print Friendly, PDF & Email